Van Isaia Del Rossa houden is als verdrinken in duisternis.
En met elke bezitterige aanraking, elk gefluisterd bevel, raak ik dieper in de ban van hem.
Op dit eiland bestaat er geen buitenwereld. Geen verleden. Geen toekomst. Alleen hij.
Zijn handen, zijn mond, zijn obsessie.
Hij aanbidt me, breekt me, laat me smeken om het soort genot waar ik bang voor zou moeten zijn.
En hij moordt voor mij zonder met zijn ogen te knipperen.
Want voor Isaia ben ik álles.
Maar liefde hoort niet als een gevangenis te voelen.
Hij zegt dat het voor mijn bescherming is, dat de wereld voorbij deze stranden te gevaarlijk is.
Maar hoe langer ik hier ben, hoe meer ik me afvraag of dit eiland is bedoeld om me te beschermen… of om me gevangen te houden.
Isaia wil me niet alleen beschermen.
Hij houdt me voor zichzelf.