Tom krijgt voor zijn dertiende verjaardag een detectivedoos. Hij is razend enthousiast en werpt zich meteen op als een jonge Sherlock Holmes. Zijn huisgenoten zijn geknipte proefkonijnen en Tom laat geen gelegenheid voorbijgaan om zijn pas opgedane kennis te toetsen. Hij neemt vinger- en voetafdrukken, bespioneert zus Helga en grootmoe zodat hij het in mum van tijd met iedereen aan de stok krijgt. Tom zoekt dan maar zijn heil buitenshuis waar hij met zijn vriend Carl op een groots mysterie botst. In het spoor van Holmes en Watson zijn ze vastbesloten omdit raadsel te ontsluieren. Maar met hun neus op de oplossing is opeens de detectivedoos zoek.