Marginale morfologie in het Nederlands - cover

Marginale morfologie in het Nederlands

Gert Meesters

  • 9789072474551
Wil ik lezen
  • Wil ik lezen
  • Aan het lezen
  • Gelezen
  • Verwijderen

Samenvatting:

In dit boek worden woordvormingsprocessen besproken die traditioneel buiten de kern van de morfologie (gewone samenstelling en afleiding) vallen. Daardoor zijn ze totnogtoe weinig onderzocht. Het eerste, inleidende hoofdstuk brengt een aantal kernbegrippen onder de aandacht en stelt de methode van het onderzoek voor.
Het eerste deel van het onderzoek zelf behandelt zogenaamde semi-marginale samenstellingen: afwijkende samenstellingen waarin nog duidelijk morfemen te onderscheiden zijn. In hoofdstuk 2 staan de paradigmatische samenstellingen centraal, samenstellingen die formeel niet ongewoon zijn, maar hun semantiek gedeeltelijk paradigmatisch verwerven. Ze worden gerangschikt volgens de sterkte van de paradigmatische relatie en vergeleken met derivaties die een aantoonbare invloed van de paradigmatiek vertonen. Neoklassieke composita, gevormd met gebonden componenten van klassieke oorsprong, worden geïnventariseerd in hoofdstuk 3. Dit type blijkt aan zoveel neologismen ten grondslag te liggen, dat in hoofdstuk 4 de frequentste gebonden componenten nader onderzocht worden: bio-, eco-, tele- en -loog.
In het tweede deel worden splintercomposita, samenstellingen waarin niet-morfematische woordsplinters voorkomen of waarin de morfemen overlapping vertonen, gecatalogeerd. In hoofdstuk 5 wordt de zeer diverse literatuur over dit soort woordvorming kritisch besproken en wordt een typologie daaruit opgebouwd. Alle splintercomposita worden gerubriceerd en besproken in hoofdstuk 6 en 7.
Het derde en laatste deel van het onderzoek heeft als thema splintermorfemen. In deel 2 bleek immers dat een aantal niet-morfematische splinters een eigen paradigma opbouwt. Hoofdstuk 8 is gewijd aan twee bekende en frequente splintermorfemen: euro- en -gate. In hoofdstuk 9 worden alle splinters uit deel 2 onderzocht op reeksvorming en de dynamiek ervan.
Het afsluitende hoofdstuk 10 vergelijkt splintercomposita met de kern van de morfologie, om te concluderen dat het verschil niet zo extreem is als gewoonlijk aangenomen, maar veeleer gradueel. Zowel verschillen als gelijkenissen tussen de procédés worden besproken.

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Als je deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat je dat goed vindt. Ok