De memorie van toelichting bij de Awb noemt het bestuursprocesrecht
van voor 1994 het 'klassieke' bestuursprocesrecht. In
de afgelopen twintig jaar is het bestuursprocesrecht als gevolg
van subjectivering, finalisering, en de nadruk op effectiviteit en
efficiƫntie, sterk veranderd. Deze veranderingen worden vaak
toegeschreven aan het primair stellen van de rechtsbeschermingsfunctie
in het nieuwe uniforme bestuursprocesrecht. Ten
tijde van de invoering van de Awb was echter niet zo duidelijk
wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Verondersteld kan worden
dat meerdere factoren van invloed zijn geweest op de recente
ontwikkelingen in het bestuursprocesrecht. In dit boek is onderzocht
in hoeverre een verklaring kan worden gevonden in de
geschiedenis van het bestuursprocesrecht, met name de wetsgeschiedenissen
van de Wet op de Raad van State (vanaf 1861) en
de Beroepswet (vanaf 1902). Onderzocht is hoe een drietal elementen
van de inrichting van de procedure: de feitenvaststelling,
de bepaling van de omvang van het geding en het zelf in de zaak
voorzien door de rechter, zich hebben ontwikkeld in relatie tot
opvattingen over de functie van het bestuursprocesrecht, de rol
van de rechter en het vereiste dat het bestuursprocesrecht snel,
eenvoudig en goedkoop dient te zijn.