Dit boek levert een bijdrage aan het verkrijgen van een beter inzicht in de betekenis van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Om practische redenen worden beide begrippen in afzonderlijke delen behandeld. Allereerst komt de problematiek van de ruimtelijke ordening aan de orde. Deze wordt bezien vanuit drie invalshoeken: het bouwen; het gebruik van gronden en opstallen; het verrichten van aanlegactiviteiten. Het deel over de volkshuisvesting omvat niet alleen een overzicht van de verschillende volkshuisvestingsinstrumenten, maar geeft tevens de onderlinge samenhang weer. De stof wordt behandeld vanuit een viertal perspectieven: de verschillende partijen bij volkshuisvesting; de ontwikkeling van de woningvoorraad; de kwaliteit van de volkshuisvesting; de beschikbaarheid en betaalbaarheid. Bijzondere aandacht wordt besteed aan procedures, handhaving en rechtsbescherming. Het bestemmingsplan wordt uitvoerig belicht, maar ook onderwerpen als verticale en horizontale coördinatie, plans