Het ruimtelijk bestuursrecht is in het bijzonder de afgelopen jaren sterk in beweging. Daarvan is in de eerste plaats de invoering van de (aanpasingswetgeving bij de) Algemene wet bestuursrecht de oorzaak, maar daarnaast ook de introductie van nieuwe wetgeving op het gebied van het ruimtelijk bestuursrecht zelf, zoals de Tracéwet en de herziening van de Woningwet van 1991. Verder is ook de Wet op de Ruimtelijke Ordening door de invoering van het Nimby-wetje en van de Kaderwet bestuur in verandering op onderdelen ingrijpend gewijzigd. Ontegenzeglijk geldt daarbij, dat het ruimtelijk bestuursrecht als gevolg van al die wijzigingen bepaald niet eenvoudiger is geworden. Dit tesamen genomen doet de behoefte ontstaan aan een nieuwe beschrijving van het stelsel van het ruimtelijk bestuursrecht. Met dit boek trachten wij aan die behoefte te voldoen.