Dit algemeen deel behandelt de meer algemene vraagstukken omtrent het kort geding, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheden van voorlopige voorzieningen, de onverwijlde spoed en de afweging van belangen, de samenhang met het bodemgeschil, de absolute en relatieve competentie van de president, waaronder ook de IPR-problematiek, de gewone gang van zaken in het proces en de daarbij behorende incidenten, de rechtsmiddelen, het vonnis en zijn mogelijkheden, de tenuitvoerlegging van executoriale titels en het kort geding in bijzondere gevallen. Middels 'aantekeningen' wordt vooruit gekeken naar de herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg.