Dit deel uit de serie Wessels, Insolventierecht (vh Polak-Wessels) gaat in op betekenis en doel van de verificatie, de schuldvorderingen die kunnen worden geverifieerd, en die welke niet behoeven te worden geverifieerd. Bijzondere aandacht krijgen belasting- en premievorderingen. Verder wordt systematisch de voorbereiding van en de gang van zaken op een verificatievergadering behandeld, alsmede de vraagstukken die samenhangen met de erkenning en betwisting van vorderingen en de renvooiprocedure. De artikelen 108-137 van de Faillissementswet staan centraal. Doordat talloze bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn bij de verificatie van vorderingen gedurende de schuldsaneringsregeling en binnen de surseance van betaling wordt ook daaraan aandacht gegeven.