Deze zesde druk behandelt het nieuwe recht met betrekking tot de personenvennootschappen (titel 7.13 BW). Het boek is vooral bedoeld voor het juridisch onderwijs. De structuur van de nieuwe wettelijke regeling wordt op heldere wijze uiteengezet en toegelicht en tevens worden daarbij de nodige kritische kanttekeningen geplaatst. Aangezien titel 7.13 ten aanzien van de personenvennootschappen een aantal noviteiten bevat en er uiteraard geen jurisprudentie terzake beschikbaar is, is deze uitgave niet alleen instructief voor studenten die nog bezig zijn zich te oriƫnteren op het terrein van het ondernemingsrecht maar ook voor doorgewinterde juristen die de ondernemingsrechtpraktijk al jaren beoefenen. Het boek is levendig geschreven; beide auteurs zijn werkzaam zowel in de praktijk als in het onderwijs.