Wessels, Insolventierecht (vh Polak-Wessels) VIII, Surseance van betaling, stelt de regeling van de art. 213-283 Fw centraal. Behandeld worden het doel van de surseance en de procedure tot surseanceverlening. Voorts wordt ingegaan op de gevolgen van de surseance en de gronden tot intrekking ervan, met inbegrip van de mogelijke overgang naar faillissement dan wel naar de schuldsaneringsregeling. Daarna komen aan de orde de bijzonderheden inzake doel en inhoud (dwang)akkoord, de totstandkoming van een ontwerpakkoord, de homologatie ervan, en de rechtsgevolgen van een gehomologeerd dan wel geweigerd akkoord. Deel VIII wordt afgesloten met enkele bijzondere onderwerpen, waaronder de wettelijke regeling van de surseance met 5000 of meer schuldeisers.