Met genoegen introduceren wij de studie van Vletter-van Dort naar de uitvoering in Nederland, Engeland en Belgiƫ van de uit 1988 daterende EG-Richtlijn betreffende de gegevens die moeten worden gepubliceerd bij verwerving en bij overdracht van een belangrijke deelneming in een ter beurze genoteerde ven- nootschap. Mevrouw Vletter is als universitair docent verbonden aan het Mo- lengraaff Instituut van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Utrecht. Zij verrichtte de studie in het kader van het Pionier-project Effectuering en handhaving van het Europees recht in en door de nationale rechtsordes, in het bijzonder de Nederlandse rechtsorde.
De meldingsplicht voor beursvennootschappen bestrijkt het terrein van het ef- fectenrecht. Dit onderdeel van het recht heeft aan belang gewonnen onder ande- re als gevolg van een groot aantal Brusselse richtlijnen. In de Nederlandse juridi- sche literatuur wordt tot dusverre geen ruime aandacht aan het effectenrecht besteed. De studie van Mevrouw Vletter is een belangrijke aanzet om de weten- schappelijke bestudering van dit zo sterk in beweging zijnde rechtsgebied met kracht ter hand te nemen.
Het boek van Vletter-van Dort is door zijn rechtsvergelijkende karakter voor de rechtspraktijk van belang. Bij de uitleg van de Nederlandse Wet melding zeg- genschap speelt de tekst van de Richtlijn een belangrijke rol. Het probleem is, dat de Europese wetgever de Richtlijnbepalingen summier heeft gemotiveerd. Een belangrijk hulpmiddel om tot een afgewogen uitleg van de Nederlandse Wet mel- ding zeggenschap te komen kan kennisneming zijn van de wijze waarop andere nationale wetgevers de Richtlijn hebben opgevat. De studie van Vletter-van Dort vergemakkelijkt dit inzicht ten zeerste.