Dit boek houdt zich bezig met Electronic Data Interchange (EDI) en met name de vermogensrechtelijke aspecten van elektronische gegevensuitwisseling. De vraag of met behulp van een zelfhandelend EDI-systeem vermogensrechtelijke rechtshandelingen kunnen worden verricht, wordt door de auteur bevestigend beantwoord. Verschillende artikelen uit de boeken 3 en 6 BW zijn zonder meer toepasbaar. Ook wordt geconcludeerd dat aan een elektronische registratie van een EDI-bericht of een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen moeten worden toegekend als aan een geschrift of een schriftelijke handtekening. Uitvoerig wordt ingegaan op het COVA-arrest van de Hoge Raad. Bovendien is de auteur van meningdat de wettelijke bepalingen omtrent algemene vorowaarden (in het bijzonder afdeling 6.5.3. BW) zich lenen voor toepassing op vermogensrechtelijke rechtshandelingen verricht met behulp van EDI. Tot slot stelt de auteur ter bevordering van de rechtsontwikkeling en de rechtszekerheid enige aanvullingen op de bestaande wetgeving voor.