Acht jaar Verdrag van Amsterdam hebben in het Europese civiele procesrecht een stormachtige ontwikkeling te zien gegeven. Dit is opmerkelijk: sinds het ontstaan van de EG in 1957 tot het Verdrag van Amsterdam in 1999 kon als enig concreet resultaat op dit terrein het EEX-Verdrag genoemd worden. Het Verdrag van Amsterdam maakte het mogelijk het burgerlijk procesrecht door verordeningen en richtlijnen op Europees niveau te regelen en aldus de algemeen gevoelde belemmeringen tussen de lidstaten op dat gebied op een snelle en efficiƫnte wijze weg te nemen. Niet alleen de vereenvoudiging van de erkenning en tenuitvoerlegging van vreemde vonnissen maar vooral de processuele belemmeringen die de beslechting van internationale geschillen bemoeilijkten, hebben de aandacht van de EU gekregen. Getracht is die met regelgeving te bestrijden.
In dit boek wordt door de bril van het Nederlandse burgerlijk procesrecht zowel een theoretische al een praktische benadering van het Europese civiele procesrecht gegeven. Getracht is aldus zowel voor de pratktijk als voor de wetenschap een bijdrage te leveren aan een bredere kennis van het Europese procesrecht.
Mr. Mirjam Freudenthal is senior docent-onderzoeker bij het Molengraaff Instituut voor Provaatrecht aan de Juridische Faculteit te Utrecht; haar onderzoek betreft in het bijzonder het burgerlijk procesrecht zoals dat binnen de Europese Unie geharmoniseerd is.