In de vennootschapsbelasting is rente in beginsel aftrekbaar en dividend niet. Dit maakt het aantrekkelijk om eigen vermogen fiscaalrechtelijk te presenteren als vreemd vermogen, om verhoudingsgewijs met veel vreemd vermogen te financieren en om rentestromen op gang te brengen naar niet- of laagbelaste jurisdicties. De vennootschapsbelasting kent verschillende renteaftrekbeperkingen om deze en andere ongewenste gevolgen tegen te gaan. Deze renteaftrekbeperkingen worden uitgebreid geanalyseerd en becommentarieerd. De auteur werkt een voorstel uit om de gesignaleerde economische en fiscaalrechtelijke problematiek op te lossen, door invoering van een stelsel van aftrek van primair rendement.