In vijf delen wordt de Nederlandse belastingheffing, voor zover die verband houdt met onroerende zaken, uiteeengezet. In deel I 'Belastingheffing over inkomsten' komen na een inleiding achtereenvolgens aan de orde: de winst uit onderneming, de inkomsten uit arbeid en uit vermogen en de vennootschapsbelasting. Deel II 'Belastingheffing over vermogen' gaat in op de vermogens- en successiebelastingen, terwij in deel III 'Overige rijksbelastingen' de omzet-, overdrachts- en assurantiebelasting worden behandeld. Deel IV 'Heffingen lagere overheden' zet de onroerendezaakbelastingen, de milieuheffingen en een viertal overige heffingen uiteen. Deel V tenslotte gaat over de Wet waardering onroerende zaken.