Dit boek is een terugblik op de wederopbouw en het dagelijks leven in Rotterdam, gezien door de ogen van een opgroeiend belhameltje in de periode 1945-1968. De in de hongerwinter van 1944 te Rotterdam geboren auteur beschrijft in dit werk hoe hij, samen met een groep vriendjes, zijn weg vond in de zwaar gehavende stad. Hij vertelt over deze naoorloogse periode en voert u mee op zijn jeugdige tochten naar o.a. het Witte Huis, de Maasbruggen, de ruïne van de St. Laurens, de oude Cineac, station Blaak, en de spoordijk met de Hefbrug. Ook het Noordereiland, de Agniesestraat, oud Mathenesse, Spangen, Charlois, Heijplaat en nog vele andere hier niet genoemde oorden komen aan bod. Een herkenbare, nostalgische beleving met veel fotomateriaal uit die periode.