Hein en Matje Beekman vormen een schier onafscheidelijke tweeling. Ze houden wel van een verzetje en zetten waar ze maar kunnen de boel op stelten.
Hun 'vriend' Hendrik van Ham, een oen van de bovenste plank, is daar heel vaak het slachtoffer van. Ze proberen elkaar er om het hardst in te laten stinken.
Dat levert een serie grappen en grollen op die voortduurt van de eerste tot de laatste pagina.