Er zijn over de hele wereld tientallen miljoenen sportbeoefenaars, en minstens de helft daarvan verliest elke dag. Zij hebben één troost: ook de grote winnaars gaan op een dag voor de bijl. Elke Cruijff ontmoet zijn Beckenbauer, elke Van Basten zijn enkel, elke Maradona zijn coke. Waarom al die zelfkwelling, bij amateurs en profs, bij volstrekte onbenullen en grote kampioenen? Kruipend zijn we begonnen en rollend zullen we eindigen, waarom daartussenin zoveel gezweet en geleden? Om de verhalen. Verhalen geven het leven zin, en de sport is een nooit opdrogende bron van klaterende verhalen. Een zware nederlaag? Daar kan een mooi verhaal in zitten. Een onooglijke wieler-etappe kan in één klap beroemd worden door een krankzinnig voorval. Sportlieden, trainers en supporters leven op het scherp van de snede en zijn nooit te beroerd om te zeggen waar het op staat. Dat geldt voor Amerikaanse boksers evengoed als voor Franse wielrenners, Russische schermers en Nederlandse voetbaltrainers.