Guus Hiddink uit Varsseveld in de Achterhoek trekt op zijn zeventiende naar het westen om op het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders in Overveen de essentie van het voetbal te ontdekken: techniek en coördinatie. Hoewel zijn spelerscarrière nog voor hem ligt, is de kiene CIOS-leerling op dat moment al oefenmeester. In deel 1 van De Grote Vier portretteren de auteurs Iwan van Duren en Marcel Rözer de veelzijdige Guus Hiddink in al zijn hoedanigheden: als opgroeiende jongen in de ommelanden van Doetinchem, als voetballer, als trainer, maar ook als wereldburger en weldoener.